STANDPUNTEN

Actie huurwaarborg

De Vlaamse Huurdersbonden voeren op dinsdag 3 november 2009 samen met Brusselse en Waalse bewoners- en huurdersorganisaties om 10u.30 een actie voor het Ministerie van Justitie te Brussel (Waterloolaan).

De nieuwe huurwaarborgregeling, doorgevoerd door de wet van 25 april 2007 werkt niet. Bijsturingen dringen zich op. Wie de persuitnodiging wil raadplegen, lees hier meerWie de lijst met woordvoerders wil raadplegen: lees hier.

Op dinsdag 3 november 2009 kunt u vanaf 12 uur ook de tekst van de persconferentie raadplegen. Lees hier

Politieke reacties

De actie rond de huurwaarborg was een succes en kreeg veel media-aandacht. De kabinetsadviseur van de Minister van Justitie ontving na de actie een delegatie van de actievoerders. Er wordt op korte termijn werk gemaakt van een evaluatie van het nieuw waarborgsysteem en begin 2010 zal een interministeriële conferentie zich uitspreken welke aanpassingen zich opdringen. Lees hier de persverklaring van het kabinet van de Minister van Justitie, Stefaan De Clerck. 

Woord en wederwoord van de Huurdersbonden over voorgenomen wijzigingen aan de huurwet

C.I.B. aan het woord

De Confederatie van Immobiliëngroepen (C.I.B.) voerde een campagne tegen de voorgenomen wijzigingen aan de huurwet. Hiertoe lanceert ze een petitie op de website onder de titel 'Red de huurwet'. 
Hierbij bekritiseert het CIB de voorgenomen maatregelen met het oog op een grotere transparantie van de huurmarkt. Met name wil de federale regering dat iedere affiche of advertentie van een woning die te huur staat tevens de gevraagde huurprijs en de kosten en lasten vermeldt. Tevens moet voor iedere nieuwe te huur stelling de verhuurder dit melden aan de gemeente die de te huurstelling samen met de gegevens voor het publiek ter beschikking stelt. Op die manier kunnen kandidaat-huurders gerichter zoeken naar een betaalbare geschikte huurwoonst zonder dat ze daarom heel de stad moeten rond rijden en telkens vragen welke huurprijs hiervoor gevraagd wordt.

Het CIB vindt dit niet kunnen en haalt toch wel merkwaardige argumenten van stal.

Uit de website van het CIB:

"De vastgoedmakelaarsborden "te huur" zijn voorgedrukt en laten personalisatie (zoals huurprijsvermelding) niet toe. Tevens zal de publieke bekendmaking van huurprijs leiden tot openbaarmaking van de inkomsten van de eigenaars en van de bewoners. CIB Vlaanderen stelt dan ook voor om prijsvermelding niet verplichtend op te leggen. "

Verder meent het CIB dat de verplichting om de te huurstelling te melden aan de gemeentelijke databank zware administratieve lasten oplegt (een nutteloze administratieve rompslomp) en Kafkaiaanse toestanden oplevert. Bij wijze van voorbeeld verwijst het CIB naar een huurder die de huur van het appartement van de vorige huurders wil overnemen met instemming van de verhuurder.
Dit zal met het wetsontwerp niet meer kunnen want de woning moet worden te huur gesteld en er moet veertien dagen gewacht worden vooraleer het contract ondertekend wordt.
(zie www.cib.be). 

Wederwoord van de Huurdersbonden

Affichering van de huurprijs

Volgens het CIB laten de vastgoedmakelaarsborden een personalisering niet toe. Alsof het niet mogelijk is de publiciteitsborden aan te passen met een witvlak waarop de prijs kan vermeld worden ? En wat met de privacy? Ieder weldenkend mens begrijpt toch dat de huurprijs maar een van de elementen is in het inkomen van de verhuurder of de uitgaven van de bewoner, nog daar gelaten of men wel weet wie de verhuurder van het gebouw/ de woning is. Bovendien vermelden verscheidene vastgoedmakelaars nu reeds op hun publieke aankondigingen de gevraagde huur- of koopprijs. Tot nu toe heeft hier nog niemand een haan naar gekraaid. Of bedoelt het CIB dat deze vastgoedmakelaars hiermee een inbreuk gepleegd hebben op de privacy? 

Verplichte melding aan de gemeentelijke databank

De Vlaamse Huurdersbonden vragen dat de federale regering werk maakt van een databank en bijhorende website (volgens de principes van e-governement) die ze gratis ter beschikking stelt van de gemeenten. Op die manier is het mogelijk dat de verhuurder eenvoudig mailt naar de websitebeheerder opdat de verstrekte gegevens worden opgenomen in de gemeentelijke databank. De gegevens die gevraagd worden zijn zeer eenvoudig te leveren: het adres van het te huur gestelde goed, een aanduiding van de aard van bestemming (hoofdverblijf, 2de verblijf …) en het type van het te huur gestelde goed (rijwoning, appartement ..) evenals het aantal slaapkamers, de maandelijkse basishuurprijs, de aan de huurder opgelegde maandelijkse kosten en lasten, de aanvangsdatum van beschikbaarheid voor verhuring, de contactgegevens van de persoon belast met de verhuring en tenslotte de plaats van affichering of desgevallend precisering van de publicatie en datum. Op tien minuten kan zoiets gebeurd zijn. Een zware administratieve last kan je dit bezwaarlijk noemen. 

Huuroverdracht is niet meer mogelijk

Volgens het CIB zou een huuroverdracht niet meer mogelijk zijn.
Op blz.73 van het wetsontwerp houdende diverse maatregelen lezen we in de toelichting bij het wetsontwerp het volgende:

“ Het ligt in de bedoeling van de Regering dat op het niveau van de gemeenten gemeentelijke of intergemeentelijke en voor het publiek beschikbare databanken ter beschikking worden gesteld met de panden die actueel ter verhuring voor bewoning op de markt worden aangeboden. Vandaar dat deze meldingsplicht enkel wordt opgelegd bij verhuring aan nieuwe huurders en dus niet geldt voor verlengingen of vernieuwingen van het huurcontract met dezelfde huurder of overdracht van een huurovereenkomst.” (eigen onderlijning)

Het ligt dus geenszins in de bedoeling van de regering om huuroverdrachten afhankelijk te maken van een voorafgaande te huurstelling en melding op de databank.

Teneinde de tekst van het wetsartikel beter in overeenstemming te brengen met de bedoeling kan overwogen worden om in de zinsnede van artikel 1716, §2, het woordje nieuw (zie cursief) hieraan toe te voegen als volgt: “ voorafgaand aan het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst met een nieuwe huurder(…)”. Immers bij een huuroverdracht treedt de overnemer in de rechten en plichten van de overdrager van het bestaande huurcontract. Indien echter bij huuroverdracht de voorwaarden van het bestaand huurcontract worden gewijzigd, lijkt het ons wel logisch dat de overnemer over een bedenktijd beschikt die het hem mogelijk maakt de huurvoorwaarden te vergelijken met deze van andere panden die te huur staan. 

Ontreddering van de huurmarkt ?

De huurdersbonden betreuren de onheilsprofetieën over een ontreddering van de huurmarkt. De bewering dat een procedure tot ontbinding van een huurovereenkomst vlug zes à zeven maanden in beslag neemt, is zeer sterk overtrokken en strookt niet met de realiteit. In vele gevallen geeft de huurder zelfs verstek zodat de ontbinding reeds op de inleidende zitting kan verkregen worden. In geval van huurachterstal die niet betwist wordt behoeft dit slechts korte debatten,omdat de zaak eenvoudig is.

Het Algemeen Eigenaarssyndicaat is genuanceerder.

Algemeen Eigenaarssyndicaat aan het woord

Het Algemeen Eigenaarssyndicaat bekritiseert net als het CIB dat de huurwaarborg , althans onder de vorm van een geïndividualiseerde rekening door de huurder in eenmaal gestort, maximaal nog twee maanden huur mag bedragen in de plaats van drie maanden. In de petitiegericht aan de Minister van Justitie verwoordt het AES dit als volgt:

" Eén bepaling in het bijzonder wekt onze ongerustheid : deze die de huurwaarborg wil beperken tot twee maanden huur in alle gevallen waar de huurder aanvaardt de waarborg te stellen in één keer bij de aanvang van de huurovereenkomst onder de vorm van de storting van een geldsom op een geblokkeerde rekening, geopend op zijn naam.
Deze maatregel zal er ongetwijfeld toe bijdragen dat de verhuurders nog meer moeite gaan hebben om de huurders hun verplichtingen te doen respecteren.
Een huurwaarborg van 3 maanden is veelal reeds ontoereikend ! Het AES meent dat het niet de private verhuurders zijn die de gevolgen van de eventuele insolvabiliteit van de huurders moeten dragen. De overheid moet daarentegen adequate maatregelen nemen om de minderbegoede huurders de mogelijkheid te geven een huurwaarborg, die naam waardig, te vestigen. "

Over de verplichting om op affiches 'te huur' de huurprijs te vermelden met het oog op een grotere transparantie van de huurmarkt, lezen we op de website enkel een franstalige reactie van de zusterorganisatie van het Algemeen Eigenaarssyndicaat, namelijk het Syndicat National des Propriétaires, als volgt:

" Le SNP n’est pas opposé en principe à cette mesure. Il est de bonne pratique que les candidats locataires soient dûment informés, dès le départ, des conditions de location.
Rien n’empêche du reste le bailleur de revoir le loyer à la baisse lors des négociations.
La question des charges est importante également : trop souvent, les candidats locataires perdent de vue l’importance de celles-ci, qu’il s’agisse des charges privatives ou des charges communes dans les immeubles à appartement multiples.
Autant jouer « cartes sur tables », ici aussi ! Il serait bon, du reste, que le secteur du logement social se voie appliquer des règles de transparence analogues…"

Het Eigenaarssyndicaat stelt in principe niet gekant te zijn tegen deze maatregel die kadert in een beleid gericht op een grotere transparantie van de huurmarkt en het voorkomen van onwettige discriminaties, zoals op grond van raciale, religieuze of seksuele en andere kenmerken. Het Eigenaarssyndicaat is er zelfs voorstander van dat kandidaat-huurders van bij het begin behoorlijk geïnformeerd worden over de huurvoorwaarden en de huurlasten, die kandidaat-huurders bij appartementsgebouwen te vaak uit het oog verliezen. Wel vindt ze dat conform de politiek van 'kaarten op tafel' , ook de sector van de sociale huisvesting zou moeten onderworpen worden aan analoge regels inzake transparantie. 

Wederwoord van de Huurdersbonden

Het terug brengen van de maximale huurwaarborg van drie op twee maanden huur verlicht de financiële drempel voor huurders bij het betrekken van een nieuwe huurwoning. Aangezien doorgaans de vorige huurwaarborg dan nog niet gedeblokkeerd is en verhuizen ook geld kost, komt men makkelijk op 7 à 8 maanden huur waarover de huurder moet beschikken. Dat is voor vele huurders financieel zwaar om dragen en voor sommigen zelfs onmogelijk. Een mogelijke optie was geweest om het systeem van de bankwaarborg voor alle huurders te veralgemenen en het bedrag op 2,5 maanden huur te bepalen. Met het door de regering voorgesteld ontwerp kent men een dubbel systeem: ofwel een eenmalige storting bij aanvang van de huur ten bedrage van 2 maanden huur, ofwel een afbetaling in schijven voor een totaalbedrag van 3 maanden huur. Door deze verschillende behandeling lopen kandidaat-huurders die de waarborg niet in één keer kunnen betalen het risico dat de verhuurder ze zal brandmerken als een potentiële moeilijke betaler. En ze dus het moeilijker krijgen om überhaupt aan een huurwoning te geraken.

De Huurdersbonden zijn het wel eens met het AES dat de overheid zou moeten bijpassen als de huurder niet de financiële mogelijkheden heeft om een woning van voldoende kwaliteit te huren, omdat zijn inkomen te laag is. Dat is inderdaad een taak van de overheid. Het Vlaams budget voor huursubsidies bedraagt voor 2007 amper 20 miljoen euro,of amper goed voor 1 % van de private Vlaamse huurders. En dit terwijl 1 op 5 huurders een te hoge huur in verhouding tot zijn inkomen betaalt (meer dan 33 %).
Het aandeel private huurders dat een of andere vorm van huurtoelage ontvangt bedraagt in Frankrijk 20 %, Nederland: 13%, Duitsland: 10 %, Verenigd Koninkrijk: 25%. (cijfers 1992: bron Hedman: www.europarl.eu.int
Al deze landen kennen ook een of andere vorm van huurprijsregulering, zij het bij het U.K. enkel gekoppeld aan de huursubsidie. Het karig Vlaams overheidsbudget voor huursubsidies (20 miljoen euro) steekt schril af in vergelijking met de ons omringende landen: Duitsland: 3,541 miljard euro, Nederland: 1,551 miljard euro, Verenigd Koninkrijk: 11,247 miljard euro (Bron: Kenniscentrum Duurzaam Woonbeleid: ‘Op weg naar een Vlaamse huursubsidie?’).

De huurdersbonden zij het eens dat ook de sociale huisvesting transparantieregels nodig heeft inzake huurprijs en lasten. Doch het heeft geen zin dat ook sociale huisvestingsmaatschappijen ‘en sociale woonorganisaties zouden onderworpen worden aan de publiciteitsverplichtingen bij tehuurstelling, omdat de woning op grond van reglementaire criteria wordt toegewezen en dus onttrokken wordt aan de zuivere marktwerking.

Andere kritieken

De aanleg van een gemeentelijke databank is overbodig omdat door de verplichte registratie van huurcontracten men reeds over representatieve huurdatabanken zal beschikken. De doorvoering van gemeentelijke databanken kan de prijzen opdrijven. Verhuring aan bekenden of familieleden wordt bemoeilijkt omdat de verhuring van de woning te minste 14 dagen voorafgaand aan het sluiten van het contract moet gemeld worden bij de gemeente. 

Wederwoord van de Huurdersbonden

Met de invoering van een gemeentelijke databank met woningen die te huur staan, wordt een andere beleidsdoelstelling nagestreefd dan de verplichte registratie van huurcontracten. Met een gemeentelijke databank van woningen die te huur staan wil de federale Regering enkel dat de huurders makkelijker huurwoningen en huurprijzen kunnen vergelijken. Door de markt transparanter te maken kunnen vraag en aanbod beter op mekaar afgestemd worden. De verplichte prijsaanduiding kennen we trouwens reeds in de handel en dit heeft er zeker niet voor gezorgd dat de prijzen hierdoor gaan stijgen. Wel integendeel. Een 'vrije markt' betekent juist dat de informatiedoorstroming over prijzen en producten optimaal verloopt. Deze maatregel pas dus in een beleid gericht op de bescherming van consumenten, hier huurders dus.

Niets belet trouwens dat verhuurders verhuren aan kennissen of vertrouwelingen. Als de verhuurder nalaat om de te huurstelling tijdig bekend te maken aan de gemeente (veertien dagen voor het afsluiten van het huurcontract) dan beschikt de kandidaat-huurder vanaf het sluiten van het huurcontract of de huurbelofte over tien werkdagen bedenktijd om kosteloos van het huurcontract af te zien. Dat moet hem toelaten om het aanbod tot verhuring te vergelijken met andere woningen die te huur staan. Wanneer zowel verhuurder als huurder ervoor kiezen om ook voor persoonlijke redenen een huurcontract aan te gaan dan is dit perfect mogelijk. De huurder maakt dan gewoon geen gebruik van zijn verzakingrecht en het huurcontract is perfect geldig. Het wetsontwerp voorziet immers geen andere sanctie. 

Standpunt HB over de afschaffing van de verplichte verzoening

De wet tot afschaffing van de verplichte poging tot voorafgaande minnelijke schikking voor de vrederechter is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2008.

De verplichte poging tot verzoening bij huurgeschillen moet nu ondernomen worden op de inleidende zitting, dus nadat reeds een rechtsvordering is ingeleid (bij verzoekschrift, dagvaarding of vrijwillige verschijning).

 

De nieuwe regeling treedt in voege op 24 juli 2008 en is van toepassing op alle rechtsvorderingen ingeleid vanaf 24 augustus 2008.

Meer info over de nieuwe wet, lees hier.

Het standpunt van de huurdersbonden lees je hier

Persbericht van de Vlaamse Huurdersbonden over wijzigingen aan het huurrecht

Geen wijzigingen aan de huurwet vanaf 1 januari 2007:

“De opzegtermijn en –vergoeding bij voortijdige opzegging door de huurder van een negenjarige huurovereenkomst blijft voorlopig verschuldigd”, aldus de Vlaamse Huurdersbonden.

De Vlaamse Huurdersbonden weerleggen eerdere persberichten (De Standaard en Gazet van Antwerpen). Volgens die persberichten zouden, ten gevolge van een fout in de huurwet, huurders vanaf 1 januari 2007 niet langer een opzegtermijn van drie maanden moeten hanteren en geen opzegvergoeding verschuldigd zijn als de schriftelijke huurovereenkomst niet geregistreerd is. Dit klopt niet, aldus de Huurdersbonden. De Huurdersbonden waarschuwen de private huurders en adviseren hen om net zoals vroeger een opzegtermijn van drie maanden te hanteren indien ze een negen jarig huurcontract willen beëindigen. Ook de opzegvergoeding van drie, twee of een mand huur blijft verschuldigd wanneer de huurder de negenjarige huurovereenkomst beëindigt in respectievelijk het eerste, het tweede of het derde jaar. De nieuwe regeling dat de huurders geen opzegtermijn moeten respecteren en geen vergoeding moeten betalen bij een vroegtijdige opzegging zal ten vroegste pas van toepassing zijn vanaf de opzeggingen gegeven vanaf 1 juli. Of mogelijk zelfs vanaf 1 oktober 2007, als de regularisatieperiode voor registratie verlengd wordt tot 30 september2007. De voorwaarde is dan wel dat op het moment van de opzegging vanaf 1/7 of 1/10/2007 de schriftelijke huurovereenkomst niet geregistreerd is. Wel kunnen huurovereenkomsten uitsluitend bestemd tot huisvesting vanaf 2 januari tot alvast 30 juni 2007 gratis worden geregistreerd zonder boete, ook voor de huurovereenkomsten die al hadden moeten geregistreerd zijn. Mogelijks wordt die periode van regularisatie verlengd tot 30 september 2007. De regering belooft zelfs een gratis elektronische registratie. De overige geplande wijzigingen aan het huurrecht, zijn door het parlement nog niet goedgekeurd en wachten zelfs nog op het advies van de Raad van State. Dit betekent dat ook de nieuwe regeling in verband met de waarborg pas later in voege zal treden.

Gratis registratie
Zowel verhuurders als huurders kunnen vanaf 2 januari 2007 tot 30 juni 2007 de huurovereenkomsten uitsluitend bestemd tot huisvesting gratis laten registreren, zonder dat een boete verschuldigd is wegens laattijdige registratie van de huurovereenkomst. Ook de huurovereenkomsten voor studenten vallen onder deze regeling. De bedoeling van de regering is verhuurders ertoe aan te zetten de huurovereenkomsten, uitsluitend bestemd tot huisvesting, te laten registreren. De nieuwe regeling geldt niet voor handelshuur, pacht, of contracten met een gemengde bestemming (kantoor en woning). De ministerraad kan na evaluatie van de maatregel in april 2007 de termijn, waarbinnen die huurovereenkomsten gratis en zonder boete kunnen geregistreerd worden, verlengen van 30 juni 2007 tot 30 september 2007.

Vanaf 1 juli of 1 oktober geen opzeggingstermijn of vergoeding wanneer huurder een niet geregistreerde negenjarige huurovereenkomst opzegt
Indien de termijn van kosteloze registratie van huurcontracten duurt tot 30 juni dan kan de huurder wiens 9-jarig contract niet tijdig is geregistreerd deze huurovereenkomst vanaf 1 juli zonder opzegtermijn en vergoeding opzeggen. Duurt de periode van regularisatie van de registratie echter tot 30 september 2007, dan zal de huurder van een niet-geregistreerde negenjarige huurovereenkomst deze slechts kunnen opzeggen zonder opzegtermijn of vergoeding vanaf 1 oktober 2007 in de plaats vanaf 1 juli 2007. Opgelet echter, huurders zullen wel nog steeds de huurovereenkomst moeten opzeggen, het best bij een aangetekend schrijven om bewijsproblemen te voorkomen. Voortaan geldt voor huurcontracten uitsluitend bestemd tot huisvesting dat zij binnen de twee maanden te rekenen vanaf de datum van ondertekening moeten geregistreerd zijn. Dat betekent dat huurders slechts zonder opzegtermijn en zonder opzegvergoeding een negenjarig huurcontract kunnen opzeggen op voorwaarde dat de termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ondertekening van het huurcontract reeds verstreken is. Zegt een huurder zijn negenjarig huurcontract dus op binnen de twee maanden na de datum van ondertekening van het huurcontract, dan zal hij hoe dan ook een opzegtermijn van drie maanden moeten hanteren én een opzegvergoeding van drie maanden moeten betalen, zelfs al is het contract nog niet geregistreerd.

Voor huurders van een kortlopend huurcontract onder toepassing van de Woninghuurwet verandert er niets. Als het contract geen tussentijdse opzegbepaling bevat kunnen huurder of verhuurder de huurovereenkomst enkel met drie maanden tegen het verstrijken van de overeengekomen termijn opzeggen. Daarna wordt het contract omgezet in een negenjarige huurovereenkomst. Ook studenten die een kamer huren moeten de opzeg- en beëindigingmogelijkheden van hun contract blijvend respecteren.

Registratieverplichting voor de verhuurder volgens het registratiewetboek …
Verder bepaalt het registratiewetboek dat vanaf 1 januari 2007 de registratie van huurovereenkomsten uitsluitend bestemd tot huisvesting ten laste van de verhuurder valt. Bovendien moet voor contracten afgesloten vanaf 1 januari 2007 de registratie nu gebeuren binnen de 2 maanden na het afsluiten van de huurovereenkomst. Dit geldt zowel voor schriftelijke huurcontracten, onderhuurcontracten of overdrachten van huurovereenkomsten. Een niet tijdige registratie van een contract uitsluitend bestemd tot huisvesting – dus na 2 maanden - zal echter pas aanleiding geven tot een boete van 25 euro vanaf 1juli of 1 oktober.

… doch volgens de Woninghuurwet pas vanaf 1 juli of 1oktober 2007
Indien het huurcontract de registratie van een woninghuurovereenkomst ten laste van de huurder legt, dan kan de verhuurder tot en met 30 juni 2007 (of 30 september) nog steeds eisen dat de huurder hieraan gevolg geeft. Zwijgt het huurcontract hierover dan kan de verhuurder dit niet eisen. Doch vanaf 1 juli (of 1 oktober bij verlenging van de regularisatieperiode) kan het huurcontract voor woninghuurovereenkomsten de registratie niet langer ten laste van de huurder leggen. Immers dan bepaalt de woninghuurwet dwingend dat de registratie en de hiermee verbonden kosten ten laste van de verhuurder vallen. Deze bepaling zal gelden voor alle huurovereenkomsten die onder toepassing van de Woninghuurwet vallen, ongeacht de datum van ondertekening.

Andere geplande wijzigingen aan het huurrecht zijn nog niet in voege.
De overige geplande wijzigingen aan het huurrecht zijn nog niet voor onmiddellijk. Ze behoeven eerst nog het advies van de Raad van State. Deze bepalingen zullen vermoedelijk in de loop van januari 2007 in het parlement behandeld worden. Een van die bepalingen handelt over de waarborg. Die zal in de toekomst nog maximaal twee maanden huur bedragen als de huur het bedrag in een keer betaalt en op een geblokkeerde rekening zet. Wie de waarborg in schijven betaalt (via de bank of het OCMW) zal een waarborg van ten hoogste drie manden huur moeten betalen. De waarborg zal dan vanaf het begin van de huur onder de vorm van een bankwaarborg gesteld worden.

Waarschuwing voor huurders met mondelinge huurovereenkomsten
Een andere wijziging die in de steigers staat is de omzetting van mondelinge in schriftelijke huurovereenkomsten. Ook deze wijziging is nog niet van kracht, zodat noch de verhuurder, noch de huurder dit reeds kan eisen. Doch de Huurdersbonden waarschuwen de huurders van mondelinge huurovereenkomsten nu reeds om dan de modelhuurcontracten van de huurdersbonden te hanteren en zich niet onder druk te laten zetten om het modelcontract van de verhuurder te tekenen. Immers bij mondelinge huurovereenkomsten gelden ook de aanvullende bepalingen uit het gemeen huurrecht, zodat geen voor de huurders nadelige bepalingen mogen opgenomen worden in het huurcontract. Enkel de huurcontracten van de huurdersbonden (en in mindere mate deze van Test-Aankoop) voldoen hieraan. Het overgrote deel van de standaardhuurcontracten die in de handel zijn bevatten daarentegen wel voor de huurder nadelige bepalingen. Tevens is het ook belangrijk dat de mondelinge huurovereenkomst omgezet wordt in een negenjarige huurovereenkomst met de reële aanvangsdatum van de mondelinge huur. De datum van ondertekening van het huurcontract moet echter de datum zijn van het ogenblik waarop verhuurder en huurder de mondelinge huurovereenkomst omzetten in een schriftelijke huurovereenkomst.

Huurdersbonden niet gelukkig met de kwaliteit van de wetteksten
De Vlaamse Huurdersbonden steunen wel de keuze van de federale regering om de veralgemening van de registratie van huurovereenkomsten aan te moedigen, maar vinden de gehanteerde techniek allesbehalve gelukkig. Ze dringen er ook op aan dat de kwaliteit van de overige wetteksten (voorontwerpen) nog grondig kan worden bijgestuurd.

Een krachtdadig woonbeleid gewenst (Huurdersblad 163, juli 2004)

De Vlaamse verkiezingen zijn voorbij en de kiezer heeft de teerlingen geworpen. Wij vragen van de Vlaamse regering en de toekomstige minister voor wonen nu eindelijk eens een krachtdadig en samenhangend woonbeleid. Alle democratische partijen hebben beloofd om de komende regeerperiode inderdaad werk te maken van een Vlaams woonbeleid.

De huurdersbonden en het Vlaams Overleg Bewonersbelangen hebben zich de afgelopen periode moeite noch werk getroost om samen met het breed samengesteld Platform Wonen het woonbeleid op de politiek agenda te zetten. Daarin zijn we trouwens volop geslaagd. Men zal lang mogen teruggaan in de geschiedenis vooraleer men een verkiezingsperiode vindt waarin wonen zo'n belangrijke plaats kreeg. Hieruit blijkt nog maar eens hoe belangrijk het is dat de huurders over een belangenorganisatie beschikken. Laat ons hopen dat de toekomstige minister voor wonen de herhaalde beloften voor de uitbouw van de huurdersbonden eindelijk met gepaste spoed in orde brengt.

De uitdagingen voor de volgende minister van wonen zijn enorm. Want als anno 2004 één op vijf huurders in een woning met zware gebreken woont en daarenboven voor vele huurders de huishuur onbetaalbaar is, dan komt dat mede omdat het beleid noch aandacht, noch geld wou besteden, noch maatregelen wou nemen om die problemen op te lossen. Meer centen, meer beleidsaandacht en een samenhangend beleid dat oog heeft voor alle bewoners, is wat we nu nodig hebben. We vragen ook een minister voor wonen die durft te vernieuwen. De woonproblemen los je niet op door enkel de oude paden te bewandelen en nog maar eens extra lastenverlagingen of extra centen te geven aan wie eigenaar wil en vooral kán worden. Wie op een krappe markt, met stijgende bouwgrondprijzen en stijgende woningprijzen, enkel de vraag stimuleert, zorgt ervoor dat de prijzen nog sterker gaan stijgen. Daarom moet eindelijk werk worden gemaakt van een beter sturing, activering en afstemming van het aanbod op de vraag.

Het is daarom onbegrijpelijk dat de vorige regeringsmeerderheid in het parlement (VLD, SP-A, Spirit en Groen!) de taks op leegstand heeft verlaagd en de voor 2002 en 2003 verschuldigde taksen voor leegstand en verkrotting heeft kwijtgescholden. Voor een leegstaande woning of gebouw zal nu pas na 4 jaar en 4 maanden onafgebroken leegstand een heffing verschuldigd zijn. Hiermee heeft men de strijd tegen leegstand en verkrotting afgezwakt in de plaats van opgevoerd. Nochtans zijn alleen al vorig jaar 14.715 woningen opgenomen op de lijst van leegstand. Dat is ongeveer evenveel als de 15.000 bijkomende sociale huurwoningen die onder de vorige regeerperiode beloofd waren… Kortom, de volgende minister zal dringend een aantal correcties moeten aanbrengen.

Er is dus werk aan de winkel.

  

© Vlaams Overleg Bewonersbelangen | een HolonCom Xtrasite CMS