Sociale huurwoningen
Een belangrijk middel om het recht op wonen voor iedereen te vrijwaren zijn de sociale huurwoningen. Hierdoor krijgen mensen die het niet zo breed hebben een goede woning, dit tegen een betaalbare huurprijs én met woonzekerheid. Maar het Vlaamse aanbod aan sociale huurwoningen is veel te beperkt.
De sociale huisvestingsmaatschappijen (of kortweg SHM’s) bouwen sociale huurwoningen. Ze verhuren deze met een langlopend contract en met een huurprijs gekoppeld aan het inkomen. Ook de sociale verhuurkantoren (of kortweg SVK’s) bieden sociale huurwoningen aan. Ze bouwen echter niet, maar huren woningen en appartementen van een eigenaarverhuurder. Het SVK biedt deze eigenaar een aantal stevige garanties.
Als eerste huurder is het SVK verantwoordelijk voor alle huurdersverplichtingen. Daarna kan het SVK deze woning sociaal verhuren aan een woonbehoeftige.
De vlucht vooruit
De sociale verhuurkantoren zijn ontstaan uit de bekommernis om kwetsbare bewoners te steunen opdat zij ook gebruik kunnen maken van hun recht op wonen. Vele van deze mensen huren op de gewone woningmarkt. De SVK's trachten de kwaliteit van het wonen van deze groep te verbeteren en te bewaken door zelf woningen op de private huurmarkt te huren om deze onder te verhuren.
In vergelijking met de SHM’s is de SVK-sector vrij jong en nog niet zo goed gekend. Op het einde van de zeventiger jaren ontstonden in Vlaanderen en Brussel ‘huurdersverenigingen’. Zij huurden voor hun leden woningen op de private markt om deze te kunnen ‘onderverhuren’. Later experimenteerden ook de thuislozenzorg en de OCMW’s met het idee van een 'sociaal verhuurkantoor', dit als een vorm van sociale dienstverlening. In 1985 telden we in Vlaanderen reeds zeven SVK’s.
De Vlaamse overheid ondersteunt het bouwen en beheren van SHM-woningen. Vanaf midden de jaren negentig willen de Vlaamse ministers voor Huisvesting dat ook inspanningen worden gedaan op de private huurmarkt. Omdat de SVK’s jarenlange ervaring hebben met de inschakeling van privéhuurwoningen voor de sociale huisvesting, beschouwden de ministers hen de aangewezen partner op dit terrein.
De huurder - wij noemen hem de onderhuurder - krijgt hierdoor een goede woning ter beschikking. Het SVK kan hem helpen met het wonen, hem bijstaan in zijn rechten en in zijn plichten.
Een echte erkening
Drie belangrijke maatregelen hebben de echte doorbraak van de SVK’s in de hand gewerkt:
- de zogenaamde SVK-conventie ('93 –‘97);
- de goedkeuring door de Vlaamse regering van het 1ste SVK-erkennings- en subsidiebesluit (21-10-'97);
- de wijziging van dit erkennings- en subsidiebesluit (6-02-2004), wat de SVK’s stimuleerden om een groter aantal woningen te huren en verhuren.
Daarnaast zijn er diverse maatregelen waarmee de Vlaamse regering, de provincies en vele lokale besturen zowel de SVK’s, de verhuurders als de huurders ondersteunen. Velen geloven dan ook dat de SVK’s een betekenisvolle aanvulling zijn op het aanbod van de sociale huisvestingsmaatschappijen. En tegelijk bevat de SVK-formule een voordeel voor zowel de eigenaar, de huurder als voor de particuliere huurmarkt.