Beginselverklaring

Vlaams Overleg Bewonersbelangen

31 januari 1994
Vanuit diverse organisaties die in de huisvestings- en/of welzijnssector werkzaam zijn, geven praktijkwerkers de laatste jaren hetzelfde signaal: "Het gaat de verkeerde kant op met de woonsituatie van de kwestbare bewoners in onze samenleving omwille van een gebrekkig huisvestingsbeleid." Recentelijk blijft het niet enkel bij een probleemstelling. Praktijkwerkers zijn ervan overtuigd dat zij ook een bijdrage kunnen leveren aan de optimalisering van de woonmogelijkheden en de woonkwaliteit door hun krachten te bundelen in een gezamenlijk overleg. Hun engagement berust op een gemeenschappelijke analyse van de huisvestingssituatie.

 

Crisis van de huisvesting

De crisis van de huisvesting, als onderdeel van een ruimere sociaal-economische crisis, wordt tijdens de jaren tachtig echt duidelijk. Diverse delen van de woningmarkt worden om meerdere redenen ontoegankelijk voor velen, in het bijzonder voor de zwakste bevolkingsgroepen.

 

De Vlaamse woningmarkt is een krappe markt met een deels oude woningvoorraad en een belangrijk aandeel kwalitatief minderwaardige woningen. Door de prijsstijgingen die niet in verhouding staan tot de stijging van de inkomens, ontstaat er een steeds groeiende kloof tussen wat men kan betalen en wat het kost om te wonen. Dit fenomeen doet zich zowel voor op de koop-markt als op de huurmarkt. De recente huurprijs-escalatie drijft het aandeel van de huurkosten in het totale inkomen ongenadig de hoogte in. Van deze huurprijsescalatie zijn vooral lagere inkomensgroepen het slachtoffer omdat zij verplicht zijn te huren. Ze huren omdat ze over een te laag inkomen beschikken om zelf een woning te kopen of te bouwen. De vraag naar degelijke en betaalbare huisvesting wordt als maar groter, terwijl het aanbod van dergelijke (huur)woningen beperkt blijft. De spanning tussen vraag en aanbod leidt tot een verhevigde concurrentie op de woningmarkt. Een concurrentie waardoor de zwakkeren verdrongen worden naar de residuele particuliere huurmarkt met zijn kwalitatief minderwaardige woningen in een onaangename woonomgeving.

 

Tegelijkertijd blijken de traditionele dragers van het sociaal huisvestingsbeleid niet meer in staat om een adequaat antwoord te bieden op de huidige woonproblemen. Door het beperkt aanbod - ongeveer 5,1% van het totale woningbestand (januari 1994) - kan slechts een kleine minderheid van lage inkomensgroepen terecht in de sociale huursector. Zelfs bij een doorgedreven selectiviteit zou men het 'recht op wonen' voor de maatschappelijk kwetsbare groepen in Vlaanderen niet kunnen realiseren met het huidig sociaal woningpatrimonium. Daarbij komt nog dat binnen de sociale huisvestingssector de economische logica primeert op de sociale logica. De afstemming van het aanbod op de vraag is ondermaats: men bereikt niet wie het meeste behoefte heeft.

 

Tot voor kort had men op beleidsvlak weinig oog voor de sociale dimensie van het woonbeleid. Het economische grondvlak van onze samenleving was aandachtspunt nummer één. Men was bekommerd om de bouwactiviteit, niet om het deprimerende karakter van woningen en woonomgeving. Pas recent (1992 - 1993) neemt men op Vlaams beleidsvlak initiatieven om de (sociale) huisvestingssector uit te breiden en meer toegankelijk te maken o.a. met het urgentieprogramma voor de huisvesting. Maar de huidige inspanningen zijn - met alle respect - zeker niet voldoende om de situatie van de kwetsbare bewoner fundamenteel te veranderen. Men blijft wonen ten onrechte nog te veel verengen tot bouwen en bakstenen; de bewoner blijft onzichtbaar in dit alles. Omdat het aandeel van de sociale huisvesting hoe dan ook te beperkt is, blijven de meest kwetsbare bewoners aangewezen op de 'jungle' van de private huurwoningmarkt. Een jungle waarvoor de federale en regionale overheden de verantwoordelijkheid dragen. De woninghuurwet is immers niet voldoende aangepast is aan de zwakke situatie van de huurder.

 

Eén gemeenschappelijk forum 

Bij gebrek aan een sociaal gericht overheidsoptreden en vooral in afwachting dat de overheid de private huursector naar prijs en kwaliteit reglementeert, zijn meerdere particuliere wooninitiatieven zich de laatste jaren noodgedwongen en in grotere getale om de meest kwetsbare bewoners gaan bekommeren. Ten bate van de meest kwets-bare bewoners proberen ze overal in het Vlaamse land actief in te grijpen op de private huurmarkt. Het gaat hierbij om o.a. huurdersbonden, huurdersunies, sociaal verhuurkantoren, woonwinkels, tijdelijke opbouwwerk- en kansarmoedeprojecten rond wonen, diensten beschut en begeleid wonen. Zij bieden informatie en advies, woonbegeleiding en - bemiddeling. Zij nemen zelf woningen in beheer voor onderverhuring, zij renoveren zelfs private woningen in o.a. woon-werkprojecten. Om hun ervaringen, die een niet te onderschatten betekenis hebben voor het federaal en gewestelijk overheidsbeleid, te bundelen én om vanuit de praktijk ook de stap te zetten naar geloofwaardig beleidsvoorbereidend werk is één representatieve ondersteuningsstructuur onmisbaar.

 

Deze organisaties vonden mekaar daarom in één gezamenlijk forum, het Vlaams Overleg Bewonersbelangen. Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen ondersteunt op permanente basis de lokale werking en samenwerking met advies, begeleiding, informatie, vorming, documentatie,... Het biedt logistieke ondersteuning bij de uitwerking van campagnes en stimuleert de lokale netwerkontwikkeling rond wonen. Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen kan van onderuit voor goede dossiervorming zorgen, voor een gezamenlijke vertegenwoordiging naar de overheid, voor een stevigere belangenbehartiging van de bewonerscategorie en van de organisaties die zich daar voor inspannen vanuit het recht op wonen. Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen wil ook het overheidsbeleid kritisch bevragen.

 

Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen heeft uiteraard niet de bedoeling het (sociaal) huisvestingsbeleid 'over te nemen'. Het is integendeel van mening dat de federale en gewestelijke overheden juist hun verantwoordelijkheden moeten opnemen en moeten zorgen voor eenheid in het beleid én voor een duidelijke en eenvoudige regelgeving. Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen en de aangesloten initiatieven beklemtonen dat hun 'begeleidende' aanpak complementair moet blijven aan de ruimere overheidsinvesteringen in de (sociale) woningbouw én de woningkwaliteit. De aangesloten en toetredende leden verklaren expliciet deze werkingsfilosofie van het Vlaams Overleg Bewonersbelangen te aanvaarden door hun werking in die zin uit te bouwen. Het Vlaams Overleg Bewoners- belangen vertaalt dat in volgende werkingsprincipes.

 

De werkingsprincipes van het Vlaams Overleg Bewonersbelangen 

Uitgangspunt van het Vlaams Overleg Bewonersbelangen is het 'recht op wonen': het recht om te kunnen beschikken over een degelijke woning naar eigen keuze, in een goede woonomgeving, tegen een betaalbare prijs en er ongestoord te kunnen blijven zolang men dit wenst. Aspecten van dit recht op wonen zijn: het aanbod, de betaalbaarheid en de kwaliteit van de woningen, de toegankelijk-heid van de woningmarkt, de woonzekerheid en de keuze-vrijheid van de bewoner. Sensu latu zijn ook de woon-omgeving en het woon-klimaat belangrijke aspecten van het recht op wonen.

 

Een tweede aandachtspunt is het emancipatorisch werken met de doelgroep. De V.O.B.-leden zullen er naar streven te werken mét de doelgroep in plaats van voor de doelgroep om op deze manier de betrokkenheid van de bewoners op alle niveaus te verhogen. Uitgangspunt van alle handelen is dan de erkenning van het principe van menselijke waardigheid. Om een leven te kunnen leiden 'dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid', dient elke mens erkend te worden als drager van alle basisrechten, waaronder ook het recht op huisvesting. Hij of zij moet deze rechten ook kunnen en mogen effectueren. Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen kan op dit vlak geen enkele vorm van discriminatie dulden.

 

Het Vlaams Overleg Bewonersbelangen kiest met zijn leden tenslotte voor een open, intern pluralisme. Dat betekent dat het Vlaams Overleg Bewonersbelangen zich onafhankelijk opstelt met respect voor elke democratisch gezinde politieke of levensbeschouwelijke strekking. De leden verklaren zich uitdrukkelijk bereid in een pluralistische geest samen te werken. Dit houdt een respect in voor de verscheidenheid van filosofische, politieke en/of religieuze overtuigingen. Het is een gemeenschappelijke keuze voor een open interne dialoog. Deze grondhouding van tolerantie sluit echter de discussie en bevraging van elkaars visie niet uit. De confrontatie van de standpunten kan immers stimulerend en inspirerend werken. Van elk lid wordt dan ook deze democratische basishouding verwacht.

 

Vanuit dit open pluralisme zal het Vlaams Overleg Bewonersbelangen altijd blijven aansturen op een opbouwende verhouding met andere huisvestings- en welzijnsvoorzieningen en met de beleidsmakers op de diverse niveaus.

 

Voor dit samenwerkingsverband werd het juridisch statuut van v.z.w. gekozen omdat dit een democratische beleidsvoering mogelijk maakt. Het beheer en de inhoudelijke afbakening van de doeleinden en functies zal gebeuren conform de statutaire bepalingen, die door de stichtende en later toetredende leden worden onderschreven. Het secretariaat van de v.z.w. zal bij de uitvoering van de opdrachten in ruime mate kunnen steunen op de actieve medewerking van de aangesloten leden. De verdere structurering van het Vlaams Overleg Bewonersbelangen zal voortdurend vanuit het overleg en de samenwerking tussen de aangesloten wooninitiatieven gebeuren. 

© Vlaams Overleg Bewonersbelangen | een HolonCom Xtrasite CMS oplossing