Indien je als welzijns- of huisvestingsinstanties een doelgroepenproject wil opzetten, moet er een intern toewijzingsbeleid opgemaakt worden. Dit intern toewijzingsbeleid krijgt vorm in het lokaal woonoverleg.
De gemeente is de coördinator van het lokaal woonbeleid. Dat betekent dat ze niet alle aspecten van het woonbeleid zelf moet uitvoeren, maar er wel wordt verwacht dat de gemeente zorgt dat alle verschillende initiatieven op elkaar worden afgestemd. Zo ontstaat er een coherent beleid dat de beste resultaten zal opleveren.
De afstemming gebeurt natuurlijk het best op basis van een visie. Zo weten de gemeente, het OCMW, de sociale woonorganisaties en de andere partijen die zijn betrokken bij wonen welke kant de gemeente opwil met het lokaal woonbeleid. Die lange termijn visie kan worden verwoord via een lokaal woonplan, zodat de gemeente beschikt over een gedragen visie op wonen. Daarin kunnen ook delen uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan of het lokaal sociaal beleidsplan aan bod komen.
De visie op wonen wordt best vooraf goed doorsproken met de verschillende partijen die bezig zijn rond wonen. De oprichting van een woonraad kan daarbij behulpzaam zijn. Afhankelijk van de grootte en de wensen en noden in de gemeente kan de samenstelling variëren van een kleine werkgroep met enkel gemeente, OCMW en sociale huurorganisaties tot een veel bredere groep. Eventueel kan worden geopteerd voor een kleine werkgroep die regelmatig bijeenkomt en een tweejaarlijkse bijeenkomst van een stuurgroep waarin veel meer lokale woonactoren in zijn betrokken.
Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap schreef, onder meer
in samenwerking met het VOB, een publicatie over de start en
organisatie van het lokaal woonoverleg.